De Begrafenisondernemer
De begrafenisondernemer is de persoon die bij een overlijden alles coördineert. Hij is na de arts dan ook de eerste met wie u contact moet opnemen. De begrafenisondernemer verzamelt bij u thuis meteen alle informatie over de overledene en de begrafenis. Daarna maakt hij een bestek op met een overzicht van alle kosten. Afhankelijk van de situatie kan dat bestek uiteraard nog enigszins veranderen.
De belangrijkste criteria bij de keuze van een begrafenisondernemer zijn de geografische ligging en/of een zekere familietraditie. Maar uiteraard blijft u volledig vrij in uw keuze, ongeacht of de overledene thuis, in een rusthuis of in het ziekenhuis gestorven is. Een begrafenisondernemer begeleidt u van A tot Z, vanaf de overlijdensaangifte tot de keuze van de grafsteen.
De begrafenisondernemer vervoert het lichaam van de plaats van het overlijden naar het funerarium. Dat funerarium wordt door de begrafenisondernemer beheerd en is ook de plaats waar het lichaam verzorgd wordt. Daar rust het stoffelijk overschot tot op de dag van de begrafenis en kunnen familie en vrienden de overledene komen groeten.
De lijkverzorging is belangrijk voor de hygiëne en heeft ook een aanzienlijke symboolwaarde. De overledene toonbaar maken is een eerste stap in het rouwproces. Is uw dierbare in het ziekenhuis overleden, dan voeren de verpleegkundigen een eerste lijkverzorging uit. U kiest zelf de kleding waarin de overledene opgebaard wordt.
De begrafenisondernemer regelt ook alle aspecten van de uitvaart, van de keuze van de kist tot de organisatie van de rouwdienst en de publicatie van een overlijdensbericht in de krant. Hij is er om u raad te geven en u bij te staan, maar uiteindelijk neemt ú de eindbeslissingen.
Ten slotte geeft de begrafenisondernemer het overlijden aan bij de Gemeenteadministratie van de plaats waar het overlijden vastgesteld is. Dat is dus niet altijd de woonplaats van de overledene. Hij zal u daarvoor zijn of haar identiteitskaart en eventueel ook zijn of haar trouwboekje vragen.
U moet tal van instellingen (banken, verzekeringsmaatschappijen, ziekenfondsen…) officieel op de hoogte brengen. Vraag de gemeente daarom ook steeds uittreksels uit de overlijdensakte. Een uittreksel is geen gewone kopie, maar een officieel document dat de stempel van de gemeente draagt.
Verwittig zo snel mogelijk alle nabestaanden, in de eerste plaats de familieleden en de beste vrienden. Aarzel daarbij niet om anderen te vragen om het nieuws door te geven. Gaat het bijvoorbeeld om uw partner, dan kunnen uw kinderen hun eigen kinderen of hun neven en nichten op de hoogte brengen. Een overlijden treft heel wat personen. Een goede taakverdeling geeft iedereen een gevoel van betrokkenheid.
Een overlijden meedelen is nooit gemakkelijk. Vaak bent u geneigd om de zaken tegenover kinderen te verbloemen. Toch heeft het geen enkele zin om te vertellen dat ‘opa ingeslapen is’ of dat ‘oma voor een heel lange reis vertrokken is’. Zulke metaforen kunnen bij de allerkleinsten tot angst en verwarring leiden.
'Dood' en 'overlijden' mogen geen taboewoorden zijn. Aarzel ook niet om uw kind de precieze doodsoorzaak te vertellen: ziekte, ongeval… Eis ook niet dat het stopt met wenen of dat het zich 'flink' moet houden. Spoor het aan om zijn verdriet of woede te uiten, bijvoorbeeld via een kinderboek over dit onderwerp (zie bibliografie).
Breng zo snel mogelijk de banken op de hoogte waar de overledene rekeningen en/of kluizen had. Op dat moment worden die rekeningen en kluizen geblokkeerd. Vanaf dan kunt u geen geld meer van de rekening halen, al kan ze nog wel gecrediteerd worden.
De bank bezorgt de volledige lijst van zijn of haar bezittingen aan het Ontvangkantoor der Domeinen (FOD Federale Overheidsdienst Financiën) van de woonplaats van de overledene. Zo gaat de belastingadministratie na of alle bezittingen wel in de aangifte van nalatenschap van de familie opgenomen zijn.
De rekeningen blijven geblokkeerd tot de bank de namen van de erfgenamen kent. Die moeten een akte van bekendheid indienen om hun statuut te bevestigen. Op dat ogenblik kan de bank hun instructies ontvangen over de vereffening van het vermogen.
Bij een sterfgeval worden alle rekeningen van de overledene (dus ook gemeenschappelijke rekeningen) systematisch geblokkeerd tot de erfgenamen een akte van bekendheid of een verklaring van erfrecht voorleggen. Die akte bevestigt hun statuut en is verkrijgbaar via de notaris. Ook alle rekeningen op naam van de overlevende echtgenoot worden systematisch geblokkeerd.
Zijn de echtgenoten met scheiding van goederen getrouwd, dan zal de bank meestal de rekeningen van de overlevende echtgenoot vrijgeven op vertoon van het trouwboekje of huwelijkscontract.
Gaat het niet om een huwelijk met scheiding van goederen, dan moet de overlevende echtgenoot een akte van bekendheid of een verklaring van erfrecht voorleggen.
Aangezien de kluizen bij de bekendmaking van het overlijden geblokkeerd worden, bewaart u uw testament best niet in een kluis! Want hoe kunnen de erfgenamen hun statuut van erfgenaam aan de bank bewijzen als het bewijsstuk in een kluis ligt die niet geopend kan worden? Geef uw testament daarom steeds in bewaring bij de notaris en bewaar tegelijk een origineel exemplaar bij u thuis.
De akte van bekendheid en de verklaring van erfrecht zijn documenten die:
door de notaris overhandigd worden;
bewijzen dat iemand erfgenaam is;
rekeningen en kluizen van de overledene deblokkeren;
In de praktijk vragen de meeste banken die akte of verklaring alleen bij een vermogen van meer dan € 50.000. Onder dat bedrag volstaat doorgaans een gewone brief van de notaris met daarin de devolutie van de nalatenschap (erfopvolging).
Er bestaan verschillende soorten verzekeringen (brandverzekering, familiale verzekering, autoverzekering, levensverzekering…). Daarom moet u ook alle maatschappijen verwittigen waarbij de overledene verzekerd was. Aangezien een verzekeringscontract meestal op de sterfdatum afloopt, moeten de maatschappijen de familie vaak een bepaalde geldsom uitkeren.
Heeft de overledene bijvoorbeeld op 1 januari een verzekering gesloten en sterft hij vier maanden later, op 1 mei, dan moet de maatschappij 8 maanden premie uitbetalen. Houd daarom steeds een dossier bij dat de nabestaanden bij overlijden kunnen raadplegen, met daarin een lijst van alle onderschreven verzekeringen. Op die manier kunnen de premies sneller uitbetaald worden.
Had de overledene een pensioenverzekering en sterft hij nog vóór die afloopt, dan worden de gestorte premies al dan niet aan zijn erfgenamen terugbetaald. Alles hangt af van het soort contract dat hij gesloten had (met of zonder premieterugbetaling).
De overledene had misschien ook een levensverzekering gesloten? Bij zo'n verzekering krijgen de begunstigden bij overlijden van de verzekeringsnemer een contractueel vastgelegd kapitaal uitgekeerd. Zo eisen de meeste financiële instellingen dat de kredietnemer bij een hypothecaire of een andere lening een schuldsaldoverzekering neemt. Die dekt de volledige of gedeeltelijke (bijvoorbeeld 50%) terugbetaling van het saldo. Op die manier hoeven de erfgenamen de leningen van hun dierbare na diens dood niet verder af te betalen. Dat saldo blijft wél belastbaar.
Verwittig het ziekenfonds zo snel mogelijk, zeker als de overledene een ziekte- of invaliditeitsuitkering kreeg. Bezorg het ziekenfonds een uittreksel uit de overlijdensakte en de SIS-kaart van de overledene. Het is namelijk het ziekenfonds dat de formaliteiten voor de nabestaanden ten laste van de overledene vervult, zoals:
de aanpassing van hun hoedanigheid als verzekerde
het eventuele recht op een verhoogde tegemoetkoming voor gezondheidszorg voor weduwnaars/weduwen, afhankelijk van hun inkomen
de aanpassing van de SIS-kaart en de afgifte van nieuwe kleefzegels
de storting van een eventuele begrafenisvergoeding (niet cumuleerbaar met de begrafenisvergoeding die door de Rijksdienst voor Pensioenen uitbetaald wordt).
Huurde de overledene een woning, dan loopt het huurcontract bij zijn overlijden niet automatisch af.
Als de beide echtgenoten het huurcontract ondertekenden, blijft de overlevende echtgenoot erdoor gebonden en kan hij het alleen aan de contractueel vastgelegde voorwaarden (meestal met een opzegtermijn van 3 maanden) beëindigen.
De erfgenamen moeten de huurovereenkomst naleven. Ze kunnen de woning aan dezelfde voorwaarden blijven huren. Meestal doen de erfgenamen hun 'opzeg' aan de eigenaar en maken ze de woning leeg. De eventuele huurwaarborg wordt aan het actief van de nalatenschap toegevoegd. De erfgenamen zijn aansprakelijk voor eventuele schade aan de huurwoning.
U moet ook de onderstaande diensten verwittigen, ongeacht of de overledene alleen woonde. Door het overlijden kan het bedrag van de maandelijkse voorschotten namelijk wijzigen:
Watermaatschappij
Gasleverancier
Elektriciteitsleverancier
Telefoonmaatschappij (vaste en mobiele telefonie)
Kabelmaatschappij
Internetprovider. De gegevens van al die diensten vindt u het makkelijkst op de recentste facturen terug.
Thuiszorgdiensten
Abonnementsdiensten (bijvoorbeeld op kranten)
Verenigingen waarvan de overledene lid was
De Directie Inschrijving Voertuigen (DIV). Ofwel stuurt u de nummerplaat en het inschrijvingsbewijs terug, ofwel laat u het voertuig op naam van iemand anders inschrijven.
Stuur de werkgever van de overledene een kopie van de overlijdensakte. Die kopie krijgt u bij de Gemeenteadministratie. De overlijdensakte is noodzakelijk om lonen, vergoedingen of eventuele premies uitbetaald te krijgen.
In dat geval moet u de zorgkas – de vakbond of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW) – op de hoogte brengen. Die verwittigt op haar beurt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
Vraag aan zijn boekhouder om de nodige stappen te nemen: schrapping uit het handelsregister, aangifte van de overdracht van zijn activiteiten bij de BTW-administratie, de belangrijkste schuldeisers en klanten op de hoogte brengen, de vennootschap ontbinden of verkopen, eventueel de statuten wijzigen…
Als echtgenoot van de overledene kunt u een overlevingspensioen krijgen. Dat pensioen dient om het inkomen van de overledene gedeeltelijk te vervangen. Het wordt op basis van diverse criteria (leeftijd, huwelijksduur, kinderen ten laste, inkomen) toegekend. De stappen die u voor zo'n overlevingspensioen moet ondernemen, verschillen naargelang de situatie.
In dat geval wordt het pensioen door de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) gestort. U moet binnen 12 maanden na het overlijden een aanvraag bij uw gemeente indienen. U krijgt het overlevingspensioen met terugwerkende kracht uitgekeerd vanaf de maand waarin uw partner overleden is.
Het pensioen wordt door de Centrale Dienst voor Vaste Uitgaven (CDVU) van de Federale Overheidsdienst Financiën (FODF) gestort. U moet dan binnen 12 maanden na het overlijden een aanvraag voor een overlevingspensioen indienen bij de administratie waar hij of zij werkte. U krijgt het overlevingspensioen met terugwerkende kracht uitgekeerd vanaf de maand waarin uw partner overleden is.
In dat geval hoeft u geen enkele aanvraag in te dienen. De Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) of het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) zal automatisch nagaan of u recht heeft op een overlevingspensioen.
In sommige gevallen wordt automatisch een dossier geopend. Anders moet u zelf een aanvraag bij de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS) indienen. De Centrale Dienst voor Vaste Uitgaven (CDVU) betaalt dan het pensioen.
U kunt een voorschot op het overlevingspensioen krijgen. Dat is een gedeeltelijke betaling twee maanden na uw aanvraag. De Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) schiet dat bedrag voor. Ook het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) is bevoegd om pensioenvoorschotten uit te betalen.
Ook als u door uw leeftijd (u bent bijvoorbeeld jonger dan 45 jaar) of om andere redenen geen recht op een overlevingspensioen heeft, kunt u 12 maanden lang tóch aanspraak maken op een overlevingspensioen. Dien daarvoor binnen de 12 maanden na de dag van het overlijden een aanvraag in bij uw Gemeenteadministratie. Het tijdelijke overlevingspensioen bedraagt 80% van het rustpensioen dat uw overleden partner ontving of dat hij op zijn 65ste gekregen zou hebben.
BOSWIJK-HUMMEL (Riekje), Afscheid nemen. Loslaten wat dierbaar is, De Toorts, 1998
DOBRICK (Barbara), Als onze ouders sterven. Het definitieve einde van ons kindzijn, Ambo, 1989
HENNEZEL (Marie de), Intieme Dood, Becht, 1996
KEIRSE (Manu), Vingerafdruk van verdriet, Lannoo, 1999
KEIRSE (Manu), Kinderen helpen bij verlies, Lannoo, 2002
KEIRSE (Manu), Helpen bij verlies en verdriet, Lannoo, 2002
KEIRSE (Manu), Afscheid van moeder, Lannoo, 2004
VANDEN ABBEELE (Claire), Alles wacht op ons, Lannoo, 2007
VANDEN ABBEELE (Claire), Jij bent gekomen om te blijven, Lannoo, 2007
Crowther (Kitty), Ik en niks, Querido, 2002
Crowther (Kitty), Kleine Dood en het meisje, Querido, 2004
Kan Hemmink (Henriëtte), Doodgewoon, De Eekhoorn, 2001
Puttock (Simon), Een verhaal voor Rosa, Luister, 2001
Schuyesmans (Willy), Stilstaan, Davidsfonds/Infodok, 2004
Stark (Ulf), Mijn zusje is een engel, Querido Amsterdam, 1996
van de Ven (Pauline), De ziel van Putter - Een fabel over de dood, Ad. Donker, 2001
van Essen (Ineke), Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk - Als je vader of moeder is doodgegaan, Sjaloom/Bakermat, 2001
Aangifte van nalatenschap: document dat de erfgenamen binnen de 5 maanden na het overlijden (6 of 7 maanden bij een overlijden in het buitenland) aan de Gemeenteadministratie moeten bezorgen.
Akte van bekendheid/verklaring van erfrecht: document dat door de notaris uitgereikt wordt. Het bevestigt iemands statuut als erfgenaam en dient om de rekeningen te deblokkeren.
Authentiek (testament): wordt aan de notaris gedicteerd, die het, in het bijzijn van getuigen, eigenhandig opschrijft.
Begrafenisondernemer: persoon die alle aspecten van de uitvaart regelt.
Begraving: in de grond plaatsen van het stoffelijk overschot van de overledene.
Beschikbare quotiteit: deel van het vermogen dat de erflater kan overdragen aan wie hij wil.
Concessie volle grond: kerkhofperceel dat voor beperkte duur en tegen vergoeding aan de familie van de overledene in concessie gegeven wordt.
Crematie: verassing van het stoffelijk overschot van de overledene.
Erflater: persoon die een testament opmaakt (of aan de notaris dicteert).
Funerarium: plaats waar het lichaam van de overledene opgebaard wordt en waar het tot op de dag van de begrafenis begroet kan worden.
Gemeenschappelijke grond (begraving in): kerkhofperceel dat de gemeente voor korte duur (gemiddeld 5 jaar) gratis in concessie geeft.
Grafkelder: betonkuip waarin één of meerdere kisten of urnen geplaatst kunnen worden.
Grafsteen: monument op de plaats waar de overledene begraven ligt.
Laatste wilsbeschikking: document dat aan de gemeente bezorgd moet worden en waarin iemand zijn wensen over zijn uitvaart uitdrukt (bijvoorbeeld of hij begraven dan wel verast wil worden).
Lijkverzorging: verzorging aan de overledene door de verpleegkundigen en/of de begrafenisondernemer.
Notaris: openbaar ambtenaar die de rechtsgeldigheid van overeenkomsten bezegelt, zowel over vastgoed als familieaangelegenheden en zaken. Zo kunt u een beroep doen op een notaris om een nalatenschap te regelen.
Olografisch (testament): wordt met de hand geschreven door de erflater zelf.
Overlevingspensioen: pensioen dat aan de overlevende echtgenoot toegekend wordt, bedoeld om de inkomsten van de overledene gedeeltelijk te vervangen.
Overlijdensakte: document dat door de gemeente na de overlijdensaangifte uitgereikt wordt.
Overlijdensattest: document dat door de arts die het overlijden vaststelt, overhandigd wordt en dat het tijdstip, de datum en de oorzaak van het overlijden vermeldt.
Reservatair deel: deel van het vermogen dat aan de wettelijke erfgenamen (echtgenoot, kinderen…) voorbehouden is.
Rouwadvertentie: overlijdensbericht dat in een krant opgenomen wordt.
Rouwbrief (of doodsbrief): document dat het overlijden aankondigt.
Schenking: handeling waarbij een persoon tijdens zijn leven roerend of onroerend goed aan iemand anders afstaat.
Successierechten: belasting die erfgenamen moeten betalen op bezittingen die ze erven.
Testament: geschreven document waarmee iemand zijn nalatenschap regelt.
Vergunning tot begraven: document dat de Gemeenteadministratie uitreikt en dat toestemming verleent om de overledene op het grondgebied van de gemeente te begraven.
Wettelijke devolutie: wettelijk vastgelegde verdeling van de bezittingen van de overledene, afhankelijk van de familie- en huwelijksbanden.